Omgeving

Cordes-sur-Ciel

De

Omgeving

Omgeving

In het departement Tarn, in de regio Midi-Pyrénees, ligt het prachtige plaatsje Cordes-sur-Ciel, mysterieus en geheim… Dit plaatsje is een halte op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. Vanwege het middeleeuwse karakter is het een druk bezocht dorpje. Het draagt terecht het kwaliteitslabel van de “Grand Sites Midi-Pyrénées”. In dit prachtige middeleeuwse dorpje vindt u naast tal van monumentale panden ook gezellige terrassen, restaurantjes en winkeltjes van kunstenaars.

Het plaatsje is ontstaan rondom een militair fort met de naam “La Bastide de Cordes”. Dit fort is gebouwd tussen 1222 en 1229, in opdracht van Raymond VII. In dit fort werd onderdak geboden aan mensen die op de vlucht waren voor de troepen van Simon de Montfort, die in naam van het Katholieke geloof bezig was met een kruistocht tegen de Albigenzen, die werden vervolgd vanwege hun geloof, het Katharisme. Raymond VII bood hen bescherming in het fort.

Door de eeuwen heen maakte Cordes-sur-Ciel een periode van welvaart door, dankzij de aanwezigheid van weverijen en leerlooierijen. In het jaar 1350 kwam er echter een abrupt einde aan deze periode. Het plaatsje kreeg te maken met de pest. Later in de geschiedenis kreeg het plaatsje nog meer tegenslagen te verwerken. Overigens stond het plaatsje tot aan het jaar 1993 bekend als Cordes. In dat jaar werd de naam veranderd in Cordes-sur-Ciel. Het was de dichteres en romanschrijfster Jeanne Ramel-Cals die in 1947 de naam Cordes-sur-Ciel bedacht. Die naam evoceert op romantische wijze de zee aan wolken die de heuvel, vooral tijdens de herfstochtenden, omringt, waardoor het stadje als het ware uit de wolken lijkt op te rijzen. In 1993 werd de benaming Cordes-sur-Ciel officieel erkend door de Franse staat.
Vandaag de dag is Cordes-sur-Ciel een populaire bezienswaardigheid onder toeristen. Deze prachtige vestigingsstad is voorzien van een uitzonderlijk gotisch erfgoed. De bovenstad van Cordes heeft dan ook oogstrelende gotische huizen, waaronder het huis van de Grote Valkenier, het Prunethuis en het huis van de Grote Verkoper. Een wandeling in dit middeleeuwse stadje is een echte betovering.
Cordes-sur-Ciel is gelegen in het departement Tarn. De Tarn is rijk aan geschiedenis, cultuur en natuur. Bastides en versterkte dorpen zijn het handelsmerk van dit departement. De dorpen worden gekenmerkt door het vierkante stratenplan binnen een ommuring met in het midden een centraal plein waar meestal de markt wordt gehouden. Vaak wordt het plein gesierd met mooie overdekte galerijen waar vroeger bij slecht weer de kooplui toch droog hun waar aan de man konden brengen. Nu is het meestal het domein van terrassen waar je in de schaduw kunt genieten van het beste van de Tarn. Het landschap en de fraaie natuur maken van de Tarn een gevarieerde vakantiebestemming. Je kunt er prachtig wandelen, fietsen en kanotochten maken.
De hoofdstad Albi is echt de moeite waard om te bezoeken. Sinds juli 2010 staat deze stad op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Albi ligt aan de rivier de Tarn. De oude binnenstad is echt aantrekkelijk en je moet er gewoon de tijd voor uittrekken om deze te ontdekken. Het oude centrum van deze bisschopsstad rond de imposant Kathedraal Sainte Cécile bestaat uit smalle straatjes, steegjes,winkeltjes, restaurants en karakteristieke huizen met bruinrode dakpannen. De Kathedraal is een meesterwerk van zuidelijke gotiek. Binnen zul je verrast worden door een kleurenpracht die je zelden gezien hebt! Tegen de kathedraal aan ligt het Palais de la Berbie, waarin het museum Toulouse-Lautrec gevestigd is. De tuinen van la Berbie zijn aangelegd in terrasvorm.